Vergadering van de ARO over de Lange Weeren in Volendam dd.16 september 2020
- Woningbouwontwikkeling De Lange Weeren, Volendam, gemeente Edam-Volendam
Aanwezig bij dit agendapunt: mevrouw S. Breuker-Couwenhoven (gemeente EdamVolendam), de heer P. van Asselt (projectontwikkelaar Scholtens), de heer R. de Ruiter (projectontwikkelaar Scholtens), de heer J. van den Hoek (adviesbureau Inbo), mevrouw L. Steensma-Nooij (provincie Noord-Holland, BEL/RO), de heer N. Dubbeldam (provincie Noord-Holland, BEL/RO), de heer N. Haran (provincie Noord-Holland, BEL/RO). De heer Van den Hoek geeft een toelichting op de planontwikkeling. Voor deze ontwikkeling is een raamwerkplan gemaakt en nog geen woningbouw- of verkavelingsplan. Vertrekpunt is dat De Lange Weeren een groene, gezonde en energieke wijk wordt. De wijk ligt zowel in Volendam als in het landschap. Er is veel draagvlak onder de stakeholders voor een hoogwaardige landschappelijke inpassing en een duurzaam en klimaatadaptief plan. De ambitie is om de ‘mooiste wijk van Nederland’ te maken. Het programma dient aan te sluiten op de regionale behoefte. Er is een analyse gemaakt van het landschap rond Volendam en de ambities en aandachtspunten van de provincie Noord-Holland. Openheid, ruimtebeleving en de kenmerkende langgerekte, smalle verkavelingsstructuur (lange weeren) van het veenpolderlandschap zijn kenmerkend voor de plek. Uitbreiden en verbinden van het bestaande recreatieve netwerk en natuurnetwerk in Waterland zijn belangrijke uitgangspunten. 7 De heer Van den Hoek legt uit dat er vanuit zijn bureau veel geëxperimenteerd is met duurzame oplossingen en dat er veel praktische voorbeelden zijn waaruit kan worden geput. De maatvoering de verkavelingsstructuur bieden goede uitgangspunten voor een groen/blauw raamwerk en het realiseren van een duurzame wijk. Eén van de langgerekte kavels vormt een ‘groene loper’ in het plan. De randen van het plan, de overgangen naar het landschap, nemen een belangrijke plek in. Het raamwerk moet uiteindelijk resulteren in een stedenbouwkundig plan. In eerdere uitbreidingsplannen van Volendam speelt de landschappelijke onderlegger overigens niet of nauwelijks een rol. De heer Van Asselt vult aan dat het plan tot stand is gekomen in samenwerking met andere partijen, waaronder Landschap Noord-Holland en het hoogheemraadschap. De ARO vindt de presentatie zorgvuldig opgebouwd en kan zich in principe goed vinden in het ruimtelijk raamwerk, dat vanzelfsprekend uitgaat van de verkavelingsstructuur van het gebied. Wel zijn er verschillende vragen en opmerkingen. De commissie vraagt in hoeverre de ontwikkeling gerelateerd is aan de veenweideproblematiek/ bodemdaling en klimaatbestendigheid. Daarnaast vraagt de commissie hoe Waterlands Wonen zijn vervolg krijg in de schil om de woonwijk heen. Hoe wordt geïnvesteerd in het landschap? De heer Van den Hoek zegt hierop dat in algemene zin het aanbrengen van voldoende groen in een wijk in belangrijke mate helpt om hittestress te voorkomen. Daarnaast is er sprake van een verfijnd waternetwerk in de wijk, met een maatvoering die ruimte biedt voor waterberging. De heer Van Asselt vult aan dat de uitvoering van het contract rond Waterlands Wonen de uitvoering van het plan lange tijd in de weg stond. In het bestuursakkoord is nu afgesproken dat het plan extra’s dient te bieden ten opzichte van een gewoon plan. Het hoogheemraadschap heeft de plannenmakers uitgedaagd om met een plan te komen dat antwoord geeft op de verwachte wateroverlast in de toekomst, waarbij het gebied zijn eigen broek op moet houden en geen invloed mag hebben op de omgeving. De ontwikkelaar heeft de ontwikkellocatie en direct aangrenzende terreinen in bezit, waardoor het ook mogelijk is om buiten de woonwijk maatregelen te nemen. De ARO adviseert om dan goed uit te werken hoe die maatregelen een plek krijgen in het landschap. Nu zijn het nog schetsmatige voorstellen. Deze maatregelen kunnen vervolgens weer van invloed zijn op de manier waarop het plangebied zelf kan worden uitgewerkt. De commissie vraagt zich af wat dit plan nu precies meer te bieden heeft dan andere plannen. Het gaat niet alleen om het plangebied zelf maar ook om het toevoegen van extra kwaliteit aan de (wijdere) omgeving, zoals ooit bedoeld bij Waterlands Wonen. De heer Van den Hoek zegt dat de groene loper in het gebied zo’n gebiedsoverstijgende maatregel is, die niet alleen de wijk ten goede komt, maar ook de recreatieve en ecologische verbindingen met de omgeving versterkt. Het water en de flanken van de wijk bieden bovendien ook een ecologische meerwaarde. Verder wordt de wijk benut om een nieuw concept voor mobiliteit in de gemeente te introduceren. Hiervoor wordt een mobiliteitsplan opgesteld, waarbij een lagere parkeernorm in combinatie met het gebruik van openbaar vervoer uitgangspunt is. Aan de zuidkant, waar ieder uur zo’n 30 bussen passeren, kan een knooppunt komen. Ook dit is extra kwaliteit. De ARO wil weten in hoeverre ingespeeld wordt op het gegeven van de slappe veenbodem. Dit zou de basis moeten zijn voor hoe er over het wonen wordt gedacht. Wordt er gefundeerd of opgehoogd? Of wordt er juist gekozen voor nieuwe woonvormen die inspelen 8 op de slappe veenbodem, zoals houtskeletbouw of drijvend wonen? De ARO adviseert om hier nader naar te kijken in de onderbouwing en nadere uitwerking van de wijk. De heer van Asselt zegt dat er meerdere scenario’s mogelijk zijn. Om de wijk wat betreft maaiveld op dezelfde hoogte te krijgen als de aangrenzende wijk zou op deze slappe bodem een deklaag van 4,5 m zand nodig zijn, die vervolgens grotendeels wegzakt in het veen. Vraag is of er andere methoden zijn, bijvoorbeeld door minder op te hogen, zonder dat je natte voeten krijgt in en rond de wijk. In een pilot zal dit nader worden onderzocht. De ARO wijst op referentieprojecten zoals in Westbroek bij Utrecht en bij Gouda, waarbij in het verleden op een slimme manier is omgegaan met het wel en niet ophogen van delen van een woonwijk. Daarnaast geeft de commissie aan dat een klimaatadaptief watersysteem, waarbij meebewogen wordt met de seizoenen, wel iets betekent voor het ruimtebeslag. Een flexibel peil betekent onder andere brede, natuurvriendelijke oevers. De vraag is of hiermee in het plan rekening wordt gehouden. Er is immers sprake van lange, smalle kavels waar de ruimte voor woningen wellicht kleiner wordt dan gedacht. Uiteindelijk zal de precieze uitwerking van met name het water (ruimtegebruik) bepalend zijn voor het waar maken van de gestelde ambities met betrekking tot duurzaamheid. De ARO vraagt of er qua natuurpotentie ook een relatie gelegd wordt met het natte natuurgebied Heitje van Katham, ten zuiden van de N517. De heer Van Asselt beaamt dat gekeken wordt in hoeverre er een ecologische verbinding met dit gebied gemaakt kan worden. De commissie is benieuwd in hoeverre er in de toekomst sprake zal zijn van een verdere uitbreiding van Volendam in dit gebied. Aan de ene kant wordt nu gewerkt aan een zorgvuldig ingepaste, duurzame wijk en mooie overgangen naar de omgeving, maar wat als er vervolgens nog meer gebouwd wordt? Mevrouw Breuker zegt hierop dat er een mooie landschappelijke rand langs deze ontwikkeling moet komen als afronding. Tegelijkertijd zijn gronden aan de westzijde in bezit van andere ontwikkelaars. De gemeente heeft hier verder nog geen standpunt over ingenomen. De ARO adviseert de gemeente om een visie te ontwikkelen op mogelijke toekomstige uitbreidingen mede in relatie tot deze uitbreiding. De ARO heeft nog een opmerking over cultuurhistorie. Het gaat hierbij niet alleen om de verkavelingsstructuur, maar ook om de immateriële kenmerken van het landschap, waarbij rust er één is. Zorg er dus voor dat er niet allerlei recreatieve voorzieningen komen in de flanken, maar dat rekening gehouden met dit aspect. Zoals eerder aangegeven geeft de commissie aan dat je in het raamwerk niet alle functies kwijt kunt. Het raamwerk is niet het enige dat beeldbepalend is: dat geldt ook voor de bebouwing die nog moet worden toegevoegd. Zelfs met een prachtig raamwerk kun je uiteindelijk nog een slecht plan maken. In de huidige fase is gebruik gemaakt van referentiebeelden die nogal willekeurig zijn. De ARO adviseert om een goede analyse te maken van wat het woningbouwplan goed maakt en op een gedetailleerder niveau heel precies uit te werken wat de maatvoering en deeloplossingen zouden moeten zijn. Wat betreft het parkeren waarschuwt de ARO om goed te kijken naar alternatieve oplossingen en er niet te veel vanuit te gaan dat de bewoners in de wijk makkelijk overstappen op het openbaar vervoer. 9 Conclusie, samenvatting De ARO vindt deze planontwikkeling in de basis goed opgezet. Een ruimtelijk, groen/blauw raamwerk dat inspeelt op de verkaveling en het slotenpatroon van het veenpolderlandschap biedt goede aanknopingspunten voor een duurzame wijk. Tegelijkertijd adviseert de commissie om de problematiek rond bodemdaling en klimaatadaptatie beter te onderzoeken en in te bedden in de verdere uitwerking van het plan (het uitgangspunt t=1000 is daarbij prima). Wat betreft woningbouw kan gedacht worden aan minder traditionele woonvormen zoals houtskeletbouw en drijvend wonen, waardoor het gebied niet zoals gewoonlijk eerst moet worden opgehoogd met zand en tegelijkertijd de woningbouw daardoor gebiedsspecifieker wordt. Er bestaan goede referenties voor innovatiever omgaan met bouwen in veengebieden. Daarnaast moet er rekening mee worden gehouden dat maatregelen voor klimaatadaptatie veel ruimte innemen, wat kan gaan knellen als het gaat om het ontwikkelen van een woonwijk op lange, smalle kavels. De commissie vraagt om de extra landschappelijke en ecologische maatregelen in de directe en mogelijk ook wijdere omgeving van deze ontwikkeling goed uit te werken, in de geest van het convenant Waterlands Wonen. Voorkomen moet worden dat de ‘extra’s’ alleen in de wijk zelf landen. De ARO adviseert ook om een goede analyse te maken van wat het woningbouwplan goed maakt en op een gedetailleerder niveau heel precies uit te werken wat de maatvoering en deeloplossingen zouden moeten zijn. Hierbij zouden ook alternatieven voor het parkeren moeten worden meegenomen, omdat het niet zeker is of de bewoners in de wijk makkelijk zullen overstappen op het openbaar vervoer. Ondanks het feit dat de gemeente er voorlopig van uitgaat dat dit de laatste ontwikkeling is aan deze zijde van Volendam, is dit nog niet zeker. Er zijn immers nog gronden in handen van andere ontwikkelaars. De ARO adviseert de gemeente om een totaalvisie te ontwikkelen op de westflank van Volendam met aandacht voor biodiversiteit, natuurontwikkeling, klimaatopgaven en mogelijke toekomstige woningbouw aan deze kant van Volendam.

